1.. Individuele voorzieningen bij gecontracteerde aanbieders zoals genoemd in hoofdstuk 3 van deze verordening zijn voorliggend op maatwerk individuele voorzieningen bij niet-gecontracteerde aanbieders zoals genoemd in dit artikel.

2.. Het college kan in uitzonderlijke situaties afwijken van lid 1 en een maatwerk individuele voorziening bij een niet-gecontracteerde aanbieder verstrekken. Hiervan is sprake indien:

  • - de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige is naar objectieve maatstaven zodanig specifiek, complex of uitzonderlijk dat passende ondersteuning aantoonbaar niet kan worden gerealiseerd binnen de individuele voorzieningen uit hoofdstuk 3 van de verordening en;
  • - aantoonbaar is vastgesteld dat alle andere passende, minder ingrijpende en doelmatige mogelijkheden zijn onderzocht en ontoereikend zijn bevonden en;
  • - het inzetten van een maatwerk individuele voorziening strikt noodzakelijk is om de doelen als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet te bereiken.

3.. Van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in het tweede lid is geen sprake indien:

  • - de afwijking uitsluitend is ingegeven door voorkeuren van de jeugdige, ouders of zorgaanbieder;
  • - sprake is van wachtlijsten, capaciteitstekorten of organisatorische omstandigheden bij gecontracteerde aanbieders;
  • - de maatwerk individuele voorziening strekt tot structurele of langdurige ondersteuning zonder perspectief op afschaling.

4.. Een maatwerk individuele voorziening bij een niet-gecontracteerde aanbieders wordt:

  • - uitsluitend tijdelijk ingezet en;
  • - periodiek geëvalueerd en;
  • - is gericht op terugkeer naar het reguliere gecontracteerde aanbod bij gecontracteerde aanbieders en;
  • - beëindigd zodra passende ondersteuning binnen de voorliggende individuele voorzieningen uit hoofdstuk 3 van de verordening mogelijk is.

5.. Het college legt het besluit tot inzet van een maatwerk individuele voorziening bij een niet-gecontracteerde aanbieder vast in een gemotiveerde beschikking, waarin expliciet wordt onderbouwd op welke wijze aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

6.. De uitvoering van het besluit vindt plaats via een maatwerkcontract. Het maatwerkcontract kan geen rechten doen ontstaan die verder gaan dan hetgeen in de beschikking is bepaald.

7.. Tegen de beschikking als bedoeld in het vijfde lid staan bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.

8.. Indien er naast de inzet van een individuele voorziening bij een niet-gecontracteerde aanbieder ook vervoer moet worden ingezet, dan geldt voor vervoer de bepalingen zoals deze zijn opgenomen in artikel 3.29 van deze verordening.