Standplaatsen dienen te voldoen aan de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota. Dit betekent dat de inrichting, verschijningsvorm en uitstraling van een standplaats moeten passen binnen het karakter en de kwaliteit van de directe omgeving.

Bij de beoordeling van een aanvraag (zie hoofdstuk 7) betrekt het college de welstandsnota als beoordelingskader en wordt getoetst of de standplaats een verzorgde en representatieve uitstraling heeft en geen afbreuk doet aan het straatbeeld. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de vormgeving, materiaalgebruik en visuele inpassing van de standplaats.

De toets aan de welstandsnota, door de onafhankelijke commissie Omgevingskwaliteit, maakt onderdeel uit van de beoordelingscriteria voor het verlenen van een standplaatsvergunning. Indien een standplaats niet voldoet aan de geldende welstandseisen, kan dit aanleiding zijn om de vergunning te weigeren of om aanvullende voorschriften te verbinden aan de vergunning, gericht op het verbeteren van de inrichting en uitstraling zodat deze in overeenstemming is met de omgeving.