Softdrugs staan op lijst II van de Opiumwet. Voor softdrugs geldt dat er sprake is van een handelshoeveelheid wanneer meer dan 30 gram wordt aangetroffen of meer dan 5 hennepplanten.

Voor lachgas, dat ook als softdrug wordt beschouwd, geldt dat vervolging plaatsvindt vanaf 2 ampullen. Vanaf deze hoeveelheid is er in principe sprake van een handelshoeveelheid. Voor de aanwezigheid van lachgasflessen, ook wel bekend als tanks of cilinders, geldt dit vanaf een nettogewicht van 0,5 kilogram per fles.

De handelsindicaties die gelden bij harddrugs, gelden ook bij softdrugs.

Bij het aantreffen van lachgas gelden ook de volgende omstandigheden als handelsindicaties:

  • - er is sprake van een (zeer) grote hoeveelheid lachgasflessen of ampullen;
  • - de lachgasflessen hebben een groot formaat;
  • - er is geen sprake van een duidelijke toepassing als voedingsadditief;
  • - er is geen sprake van andere legale toepassing, bijvoorbeeld voor technische doeleinden;
  • - de context waarin het lachgas is aangetroffen wordt daarbij meegenomen.

Bij het aantreffen van een hennepplantage wordt ook gekeken naar het bedrijfsmatige karakter van de hennepplantage. Hierbij gelden de volgende omstandigheden als handelsindicaties:

  • - de hoeveelheid planten;
  • - er wordt gebruik gemaakt van apparatuur voor de planten zoals assimilatielampen, kweektenten, een irrigatiesysteem of andere grootschalige opzet
  • - de stroom wordt op illegale wijze afgetapt
  • - er is eerder een oogst geweest.

Deze lijsten met indicatoren is niet cumulatief noch uitputtend. Ook andere feiten en omstandigheden die wijzen op drugshandel kunnen als handelsindicatie gelden.