**1..** Een deelnemer kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet.
**2..** Uittreding van de deelname aan de regeling van een deelnemer geschiedt met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin die deelnemer dit schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente, of zoveel eerder als alle deelnemers daarmee instemmen. Een mededeling tot uittreding als in de vorige volzin bedoeld dient plaats te vinden voor 1 juli van het betreffende kalenderjaar. Indien een mededeling tot uittreding in een kalenderjaar geschiedt na 1 juli, wordt deze mededeling - in het licht van de volgens de eerste volzin in acht te nemen opzegtermijn - geacht te zijn gedaan voor 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar. Het college van de centrumgemeente zendt per omgaande een afschrift van de mededeling aan de andere deelnemers en de partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten.
**3..** De kosten van uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
**4..** Het college van de centrumgemeente inventariseert de directe gevolgen van de uittreding (o.a. financieel en juridisch) en de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in een concept-uittredingsplan.
**5..** Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het college van de centrumgemeente, aan de hand van een door het ambtelijk overleg voorgesteld uittredingsplan, een uittredingsplan en voorlopige uittreedsom vast. De voorlopige uittreedsom wordt gebaseerd op de afrekening van het meest recent verstreken budgetteringsjaar.
**6..** Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het college van de centrumgemeente de definitieve uittreedsom vast. De definitieve uittreedsom wordt gebaseerd op de afrekening van het budgetteringsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
**7..** De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van de redelijke en billijke frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de regeling die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van de deelnemer. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
**8..** Het college van de centrumgemeente brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
**9..** De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. Feiten en omstandigheden die zich voordoen na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemer of het college van de centrumgemeente kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien de wederpartij andere inlichtingen zou hebben verstrekt waarvan redelijkerwijs kon worden aangenomen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
**10..** Het college van de centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. De uittredende deelnemer houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij overleg en in besluitvorming in het ambtelijk overleg rekening met de belangen van het Archief Eemland, zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding.
**11..** Gelijktijdig met het opstellen van het uittredingsplan stelt het college van de centrumgemeente, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de regeling en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met het concept uittredingsplan aan de raden en deelnemers toegezonden voor zienswijze en besluitvorming.
**12..** Indien het college van de centrumgemeente beslist tot uittreding, dan besluiten de deelnemers binnen zes maanden of in plaats van uittreding wordt besloten tot opheffing van de regeling overeenkomstig artikel 18. Een besluit tot opheffing geschiedt bij unanimiteit.