In de Nota landelijk gezondheidsbeleid 2020-2024 wordt gezondheid gezien als meer dan ‘niet ziek zijn’. “Gezondheid gaat ook over veerkracht, over meedoen in de maatschappij, over betekenisvol werk of andere activiteiten en over de omgeving waarin je leeft. Mensen zijn er in beginsel zelf verantwoordelijk voor dat ze gezond eten, goed voor zichzelf zorgen, voldoende bewegen, sociale contacten onderhouden en naar school of werk gaan. Maar niet iedereen leeft in de omstandigheden om zelf gezonde keuzes te maken en de dagelijkse verleidingen te weerstaan. Sommige mensen hebben daarvoor te weinig grip op hun gezondheid en missen het vermogen om die grip te vergroten. Ook is er een grote groep mensen met een beperking, die niet zonder meer in staat is om mee te doen in de maatschappij.
De problemen die achter een verminderde gezondheid schuilgaan, gaan verder dan het gezondheidsdomein. Armoede, schulden, problemen rondom huisvesting, eenzaamheid, werkloosheid, een beperking, een lage opleiding of de kwaliteit en de inrichting van de leefomgeving hebben allemaal invloed op hoe gezond je bent en hoe gezond je je voelt.
Mensen in een kwetsbare situatie hebben daardoor een hoger risico op een slechtere gezondheid. Problemen bevinden zich op verschillende beleidsdomeinen en vragen dan ook om oplossingen die domein overstijgend zijn en in samenwerking met deze verschillende domeinen worden geregeld, zowel op rijksniveau als bij gemeenten. En bij voorkeur niet door te reageren op gezondheidsproblemen, maar door preventief beleid waarmee we voorkomen dat die problemen ontstaan.
Preventie
De rol van preventie is in de afgelopen jaren hoger op de agenda gezet door verschillende bestuurders en (maatschappelijke) organisaties. Het Nationaal Preventieakkoord, dat ambities stelt op het gebied van leefstijl voor het jaar 2040, is daar een zichtbaar resultaat van (paragraaf 1.2).
Een andere belangrijke doorbraak is dat een leefstijlgerichte, preventieve interventie als de gecombineerde leefstijlinterventie sinds 2019 (deels) uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt gefinancierd. Het is de bedoeling om meer preventieve interventies (deels of geheel) vanuit de Zvw te bekostigen. Preventie, nieuwe technologie en de organiseerbaarheid van de zorg (regionaal) zijn hierin belangrijke pijlers.
In november 2019 heeft de VNG met Zorgverzekeraars Nederland afspraken gemaakt over een landelijk dekkende, structurele samenwerking in de regio. Preventie is één van de drie onderwerpen waar deze afspraken zich op richten.
Voor de periode van de landelijke nota (2020-2024) is afgesproken om vier gezondheidsvraagstukken met voorrang aan te pakken:
- - Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving
- - Gezondheidsachterstanden verkleinen
- - Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen
- - Vitaal ouder worden
Ad A. Een gezonde fysieke leefomgeving is onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke ordening en bestaat uit twee grote pijlers:
Gezondheidsbevordering (fysiek en sociaal). De leefomgeving heeft een positieve invloed op gezondheid en welbevinden, als de fysieke inrichting en sociale structuren mensen verleiden om te bewegen en te spelen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten. De fysieke en sociale leefomgeving vormen zo een instrument, dat bijvoorbeeld bijdraagt aan de vermindering van eenzaamheid, overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Een (fysiek) toegankelijke leefomgeving kan ook bijdragen aan inclusiviteit. Daarbij is van belang dat de mens als gebruiker van de fysieke leefomgeving en als onderdeel van de sociale leefomgeving centraal staat.
Gezondheidsbescherming (fysiek) De fysieke leefomgeving kan ook een bron van ziektelast zijn. Hierbij staat de Health in All Policies-benadering centraal, waarbij gezondheid een taak is van alle overheden die zich bezighouden met ruimtelijk beleid. Voor gezondheidsbescherming is steeds meer aandacht in het beleid van het Rijk, provincies en gemeenten. Maar er is nog veel winst te behalen op gebieden, zoals geluidsbelasting, hittestress, allergieën en infectieziekten.
Ad B. De gezondheidsachterstanden van mensen met een lage SES (sociaaleconomische status, bepaald op basis van opleidingsniveau en inkomen) zijn de afgelopen decennia niet of nauwelijks kleiner geworden, ondanks flinke inspanningen van Rijk en gemeenten. Door sommige ontwikkelingen zijn gezondheidsachterstanden zelfs toegenomen. Als antwoord op deze ontwikkeling richt het preventieakkoord zich op interventies die ertoe leiden dat de levensverwachting van mensen met een lage SES toeneemt. Zo willen wij gezondheidsachterstanden verkleinen. Daarnaast wil het preventieakkoord voor iedereen in Nederland de kwaliteit van leven verbeteren (gemeten in het aantal levensjaren waarin mensen een goede gezondheid ervaren).
Ad C De aanpak van druk op het dagelijks leven is complex en vraagt om een domein overstijgende aanpak. Het is een complex probleem omdat niet iedereen druk op dezelfde manier ervaart. Het is belangrijk dat jeugd en jongvolwassenen (en hun ouders) weten hoe zij mentaal gezond opgroeien en dit ook kunnen blijven. Mentale problemen moeten bespreekbaar zijn en door de omgeving geaccepteerd worden. Om ervoor te zorgen dat jeugd en jongvolwassenen zich gezond ontwikkelen op de korte en lange termijn, zijn maatregelen nodig om de druk te verkleinen en hun mentale weerbaarheid en veerkracht te vergroten. De sociale omgeving kan helpen om met prestatiedruk om te gaan. Er zijn aanwijzingen dat het risico op stres gerelateerde aandoeningen en depressieve klachten op latere leeftijd daardoor kan afnemen.
Onderdeel van het project #Kempenbranie is het thema welbevinden van de jeugd, niet alleen op school, maar ook daar buiten. In dit kader kan er op Kempenniveau ook aandacht besteed worden aan het verminderen van druk op jeugdigen.
Ad D. Nederland vergrijst: mensen worden steeds ouder en het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Het aantal 75-plussers ligt nu rond de 1,3 miljoen. In 2040 is dit aantal bijna verdubbeld. Van alle 75-plussers ervaart op dit moment 65% een goede kwaliteit van leven, blijkt uit de monitor van het programma Langer Thuis. Met de meeste ouderen gaat het dus goed. Maar de vergrijzing zet de komende jaren door. Ook al zijn de meeste mensen boven de 75 nog vitaal, er komen in de toekomst steeds meer ouderen met een chronische aandoening, zoals artrose, nek-en rugklachten en diabetes. Ook kampen steeds meer ouderen met Multi morbiditeit: twee of meer chronische aandoeningen die elkaar beïnvloeden.
Daarnaast nemen sociale problemen onder ouderen toe. Van alle 75-plussers heeft bijvoorbeeld 54% gevoelens van eenzaamheid. Ook het aantal mensen met dementie stijgt de komende jaren. Bijna de helft van alle 75-plussers woont alleen en bijna een op de tien ouderen heeft geen partner of kinderen. Voor laaggeletterde ouderen en ouderen met een migratieachtergrond is extra aandacht nodig. Zij kunnen hun weg niet goed vinden in de zorg en ondersteuning. Bovendien sluit het huidige aanbod vaak niet goed aan op hun behoeften en gezondheidsvaardigheden. Tot slot komt een op de drie ouderen van 65 jaar en ouder minimaal eens per jaar ten val. Dit heeft in veel gevallen grote gevolgen voor vitaliteit, kwaliteit van leven, thuis wonen en eenzaamheid. Het aantal valongevallen dat leidt tot spoedeisende hulp of een dodelijke afloop, stijgt.
Vitaal ouder worden vraagt om aandacht voor fysieke, psychische, cognitieve en sociale vitaliteit. De groeiende groep ouderen maakt het voor gemeenten belangrijker om regie te voeren en lokaal verbindingen te leggen met andere domeinen.