De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dat de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm, heeft eenmalig gedurende een periode van maximaal 6 aaneengesloten maanden recht op vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder o van de wet waarbij het vrijlatingspercentage wordt bepaald op 25% met een maximum van het in artikel 31, tweede lid onder o van de wet genoemde bedrag.
Hoofdstuk 4
Artikel 19 Verordening reïntegratie WWB 2007
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Verordening reïntegratie WWB 2007
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 19 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon