1. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks vóór de aanvang van het kalenderjaar een beleidsplan vast.
2. Dit plan omvat in elk geval:
a. een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen;
b. een verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende voorzieningen;
c. de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting, waarbij aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en zorg; d. het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening.
3. Het college kan jaarlijks een of meerdere subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college als zodanig ingesteld plafond kan leiden tot een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.