Aan de in artikel 3:1:1:4 bedoelde ambtenaar, die het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijk heeft gegeven van langdurige bijzondere uitoefening van de functie kan een toelage worden toegekend tot een bedrag van ten hoogste 10% van het salaris, met dien verstande dat het salaris en toelage tezamen niet meer mag bedragen dan het maximum salaris van de naastgelegen hogere salarisschaal.Ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel stellen burgemeester en wethouders nadere regels vast.