• Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:12, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en toelagen als bedoeld in de artikelen 3:1:1:11 en 3:1:1:14, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.• Aan de ambtenaar van 60 jaar en ouder, wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:12, een blijvende verlaging ondergaat, wordt een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.• De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt en hij, onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage, gedurende 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:12 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.• Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.• Burgemeester en wethouders stellen voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast.