1. De Wmo-adviesraad vergadert zo vaak als zij dit nodig vindt, doch tenminste 4 maal per kalenderjaar
2. De leden van de Wmo-adviesraad hebben stemrecht: ieder heeft één stem
3. Het vaststellen van adviezen en standpunten binnen de Wmo-adviesraad geschiedt unaniem of bij meerderheid van stemmen
4. De Wmo-adviesraad en de wethouder die verantwoordelijk is voor de Wmo overleggen minimaal twee keer per kalenderjaar met elkaar. Tijdens één van deze overleggen zal de in artikel 9 genoemde evaluatie onderwerp van gesprek zijn.