1. De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gelijk aan 40% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de maximale gemeentelijke toeslag per maand;
2. Voor personen die verblijven in een inrichting zoals bedoeld in artikel 1 lid f. van de wet geldt de bijstandsnorm zoals beschreven in artikel 23 van de wet.
3. De onder lid 1 genoemde bijstandsnorm worden onderscheiden in die voor:
a. gehuwden
b. alleenstaande ouders c. alleenstaanden
4. De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt op grond van de per 1 januari van elk kalenderjaar doorgevoerde norm berekend en geldt voor het gehele kalenderjaar.