• - Het bestuursorgaan start het Bibob-onderzoek met een eigen onderzoek.
  • - Het onderzoek naar een eventuele mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit:
    • - het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking, dan wel het beoordelen van een reeds verleende beschikking, een (voorgenomen) vastgoedtransactie, of (de gunning van) een overheidsopdracht en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden; en
    • - het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die, al dan niet via het Bibob-vragenformulier en de bijbehorende bijlagen, is verstrekt door de betrokkene, alsmede van gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen van de partners van het RIEC en andere bronnen die het bestuursorgaan op grond van de Wet Bibob kan raadplegen.
  • - Indien het eigen onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan op grond van artikel 9 Wet Bibob advies inwinnen bij het Landelijk Bureau Bibob.