1. De aanslagen als bedoeld in artikel 7, eerste lid moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2. De kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid, moet worden betaald ingeval de kennisgeving:
a. wordt uitgereikt: op het moment van uitreiken
b. wordt toegezonden: binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of reinigingsrechten en rioolrechten meer is dan € 25,--, doch minder dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.