1. Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

2. container : een vanwege de gemeente uitgezette container met een bepaald volume.

3. verzamelcontainer: een vanwege de gemeente uitgezette container met een bepaald volume, die op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening, hoofdstuk 4, afdeling 2 afvalstoffen , ten behoeve van meer dan één perceel wordt gebruikt.

4. gft-afval: groente, fruit- en tuinafval.

5. restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval.