**1..** De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 2:3, 3:2 en 4:3.
**2..** Voor subsidie op grond van hoofdstuk 2 komen in aanmerking:
- - de loonkosten van de combinatiefunctionarissen voor zover deze voldoen aan de van toepassing zijnde CAO voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- - een opslag van maximaal € 1.000,- per FTE per kalenderjaar voor kosten die door de combinatiefunctionaris worden gemaakt en direct zijn toe te rekenen aan het uitvoeren van een sport- en beweegaanbod;
- - de kosten van overhead met een maximum van 20% van de bruto loonkosten;
- - de BTW over gesubsidieerde activiteiten, voor zover de BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht.
**3..** Voor subsidie op grond van hoofdstuk 4 komen in aanmerking:
- - de loonkosten van de combinatiefunctionarissen voor zover deze voldoen aan de vereisten van de Fair Practice Code en de van toepassing zijnde CAO’s;
- - de kosten die door de combinatiefunctionarissen worden gemaakt voor het uitvoeren van de activiteiten en de kosten voor overhead die gezamenlijk niet meer bedragen dan 20% van de bruto loonkosten;
- - de BTW over gesubsidieerde activiteiten, voor zover de BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht.
**4..** Niet voor subsidie in aanmerking komen:
- - de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;
- - de kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend;
- - de kosten die reeds door het college of door anderen zijn gefinancierd of die in aanmerking komen voor financiering door het college op grond van een andere regeling.