1.. Er mag geen ontbranding van een paasvuur plaatsvinden als voor het betreffende paasvuur tevens een of meer van de hierna genoemde andere toestemmingen vereist is/zijn en deze niet is/zijn verleend:

  • - evenementenvergunning of melding;
  • - omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
  • - omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.

2.. Er mag ook geen ontbranding plaatsvinden bij:

  • - windkracht 6 Beaufort of meer;
  • - droogte en andere onvoorziene, extreme weersomstandigheden, waarbij sprake is van Fase 2 “Extra alert” en het bevoegd gezag heeft besloten dat een paasvuur geen doorgang mag vinden.

3.. Als het ontbranden van reeds opgebouwde paasvuren vanwege extreme weersomstandigheden op Eerste en/of Tweede Paasdag niet mogelijk is, kan het college besluiten dat het paasvuur later alsnog ontbrand mag worden.

4.. Een paasvuur dat niet ontstoken kan worden moet binnen 14 dagen na de vergunde of uitgestelde datum van ontbranding zijn opgeruimd.