1.. Het voornemen wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en/of ander publicatieplatform.

2.. Bij de bekendmaking van het voornemen wordt vermeld op welke wijze en binnen welke termijn belanghebbenden een zienswijze naar voren kunnen brengen.

3.. Belanghebbenden zijn andere potentiële gegadigden die zich in hetzelfde marktsegment begeven en in hetzelfde verzorgingsgebied opereren.

4.. Een zienswijze wordt alleen in behandeling genomen als:

  • - de andere potentiële gegadigde zelf aanspraak maakt op de subsidie;
  • - de zienswijze schriftelijk gebeurt;
  • - de zienswijze binnen het daarvoor aangewezen tijdvak gebeurt;
  • - de zienswijze is ondertekend;
  • - duidelijk is omschreven op welk voorgenomen besluit en op welke subsidieontvanger de zienswijze ziet;
  • - de zienswijze is voorzien van een onderbouwing die is gemotiveerd aan de hand van de Beleidsregels begrotingssubsidies gemeente Baarle-Nassau 2026.

5.. Als op de voorgenomen subsidieverlening geen zienswijze is ingediend overeenkomstig lid 3 en lid 4, dan kan de begrotingssubsidie worden verleend.

6.. Als op de voorgenomen subsidieverlening wel een zienswijze is ingediend overeenkomstig lid 3 en lid 4, dan beoordeelt het college de zienswijze en weegt hij de belangen af bij het nemen van zijn definitieve besluit over de begrotingssubsidie. In dat proces mag hij de subsidieaanvrager van het voornemen waar de zienswijze op ziet om reactie vragen.

7.. Het college informeert de indiener van de zienswijze over de afdoening van de zienswijze.