**1..** Naast de verplichtingen op grond van artikel 1.8 is de subsidieontvanger verplicht om gedurende een door het college vast te stellen instandhoudingsperiode het CAWA-percentage van de broedplaats aan CAWA-creatieven te verhuren.
**2..** Tijdens deze instandhoudingsperiode gelden voor de subsidieontvanger de volgende aanvullende verplichtingen:
- - De subsidieontvanger verstrekt binnen 8 maanden na afloop van een kalenderjaar aan het college:
- - Een inhoudelijk jaarverslag dat een vergelijking met het activiteitenplan mogelijk maakt en waarin gerapporteerd wordt over:
- - de uitvoering van de broedplaats, onder andere in relatie tot de doelstellingen uit het activiteitenplan;
- - de programmering en onderlinge samenwerking tussen subsidieontvanger en de CAWA-creatieven;
- - de meerwaarde van de broedplaats voor de stad en directe omgeving;
- - de organisatie van de broedplaats, de wijze van bestuur en toezicht volgens de meest actuele Governance Code Cultuur;
- - de hantering van de meest actuele Code Diversiteit en Inclusie.
- - de jaarrekening;
- - plattegronden met nummering van de ruimte;
- - een volledig ingevuld en ondertekend Formulier Bewijs CAWA-percentage over het te rapporteren jaar, aansluitend op de plattegronden en daarin gehanteerde nummering;
- - Een inhoudelijk jaarverslag dat een vergelijking met het activiteitenplan mogelijk maakt en waarin gerapporteerd wordt over:
- - de huurprijs die de subsidieontvanger voor CAWA-creatieven hanteert, bedraagt maximaal € 370 per maand exclusief water, elektra, verwarming en internet, WEVI1 en btw voor een atelier of een werkplek prijspeil 2024, waarbij geldt dat de huurprijs jaarlijks kan worden verhoogd met de ConsumentenPrijsIndex (CPI);
- - de subsidieontvanger neemt deel aan door het college geplande evaluatiegesprekken;
- - in de reguliere schriftelijke en digitale publiekscommunicatie vermeldt de subsidieontvanger dat de broedplaats mede mogelijk is gemaakt door een subsidie van de gemeente Amsterdam;
- - de subsidieontvanger draagt ervoor zorg dat zijn rechtsopvolger de verplichtingen zoals opgenomen in dit artikel in de resterende instandhoudingsperiode naleeft.