1. De gemeenteraad stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december het bekostigingsplafond vast, dat beschikbaar is voor de vergoeding van de voorzieningen in het daaropvolgende jaar. Dit bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. 2. Tegelijkertijd met of aansluitend aan de vaststelling van het bekostigingsplafond, als bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk op de in dat lid genoemde datum stelt de gemeenteraad het programma en het overzicht vast.3. Ingeval op 31 december geen vaststelling heeft plaatsgevonden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de aangevraagde en in behandeling genomen voorzieningen geacht voor bekostiging in aanmerking te zijn gebracht.4. In de situatie als bedoeld in het derde lid is het gestelde in artikel 4 in samenhang met bijlage IV bepalend voor de hoogte van de bekostiging, terwijl de uitvoering van de voorziening geschiedt volgens het bepaalde in paragraaf 2.4.