Het is mogelijk dat personen na een ontvangst van de informatiebrief vanuit oneigenlijk grondgebruik zich beroepen op verjaring, dan wel naar aanleiding van een andere omstandigheid een beroep op verjaring doen.
Verjaring houdt kort gezegd in dat de gemeente het eigendom van de grond verliest en de bezitter het eigendom verkrijgt. Het leerstuk verjaring is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Er zijn twee vormen van verjaring: verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) en bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Voor verjaring is vereist dat er sprake is van bezit. Diegene die een beroep doet op verjaring moet bewijzen dat sprake is van bezit gedurende een aaneengesloten periode.
De gemeente zal het beroep op verjaring beoordelen aan de hand van de geldende wetgeving en jurisprudentie. Afhankelijk van het soort verjaring en de omstandigheden van het geval kan de gemeente een schadevergoeding vorderen van de nieuwe eigenaar wegens onrechtmatig handelen. De schadevergoeding kan in natura (het terug leveren van de grond) als ook in geld worden gevorderd. Deze schadevergoeding kan ook zien op het verhalen van kosten voor het verleggen van mogelijke kabels en leidingen.