1.. Direct na ingebruikname van de in het aangewezen gebied geplaatste camera’s wordt in dat gebied gedurende de periode dat de camera’s aanwezig en in gebruik zijn met bebording kenbaar gemaakt dat het voor publiek toegankelijke gebied in beeld wordt gebracht.

2.. Het kenbaar maken als bedoeld in het eerste lid houdt niet in dat de camera’s zichtbaar moeten zijn of dat zichtbaar is dat de camera’s in werking zijn.