1.. Het is verboden op de begraafplaatsen:

  • - de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden of te beschadigen;
  • - dieren mee te nemen, met uitzondering van aangelijnde (hulp)honden;
  • - dieren te begraven;
  • - zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde ingangen;
  • - iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene;
  • - overlast te veroorzaken;
  • - (brom)fietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden;
  • - met motorijtuigen sneller dan 5 km per uur te rijden;
  • - zonder toestemming van de beheerder een geluidsinstallatie aanwezig te hebben en/of te gebruiken op de begraafplaatsen;
  • - zich op hinderlijke wijze te gedragen;
  • - goederen ter verkoop aan te bieden;
  • - op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf.

2.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in lid 1.

3.. De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 van dit artikel de toegang tot de begraafplaatsen te ontzeggen.