1.. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

2.. Onder toezicht van het college worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:

  • - de administratie van de begraafplaatsen;
  • - de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen;
  • - het onderhoud van de begraafplaatsen;
  • - het laten delven of openen en sluiten van graven en asbestemmingen;
  • - het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen en het plaatsen van asbussen en/of urnen.