**1..** Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
**2..** Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe, middels rapportcijfers van 1-10, aan de hand van de volgende aspecten:
- - De mate van recente ervaring met het aanbieden van voorschoolse educatie en hoe recent die ervaring is opgedaan - maximaal 10 punten (1 jaar=1 punt, 10 of meer jaren=10 punten);
- - De wijze waarop de subsidieaanvrager invulling geeft aan ouderbetrokkenheid. Dit wordt beoordeeld met rapportcijfer 1-10. Maximaal 30 punten (1=3 punten, 10=30 punten).
Uit de beschrijving blijkt op welke wijze de aanvrager ervoor zorgt dat ouders weten:
- - hoe het voorschoolse programma in elkaar zit;
- - wat hun kind op de voorschool doet;
- - hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;
- - wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen;
- - de wijze waarop ouders betrokken worden bij de uitvoering van de activiteit.
- - De wijze waarop de subsidieaanvrager een doorgaande ontwikkellijn realiseert. Dit wordt beoordeeld met rapportcijfer 1-10. Maximaal 30 punten (1=3 punten, 10=30 punten).
Uit de beschrijving blijkt of en op welke wijze de aanvrager:
- - het persoonlijk contact met de vroegschool vormgeeft;
- - met welke vroegscholen persoonlijk contact is;
- - er een gezamenlijk pedagogisch plan tussen voor- en vroegschool is en/of wederzijdse werkbezoeken laats plaatsvinden tussen voor- en vroegschool;
- - de warme overdracht van voorschool naar vroegschool vormgeeft, waarbij ouders en het kind worden betrokken;
**3..** De ranking wordt aangebracht aan de hand van de som van de verstrekte punten bij beoordeling. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
**4..** Indien door verlening het subsidieplafond wordt overschreden en de aanvraag gedeeltelijk kan worden verleend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aan te geven welk deel van zijn aanvraag voor het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond kan worden uitgevoerd. Aan deze aanvrager wordt vervolgens het resterende subsidieplafond toegekend. Een aanvrager kan besluiten van deze mogelijkheid geen gebruik te maken, op dat moment kan het college besluiten de opvolgende aanvrager deze mogelijkheid te bieden.