1.. De voorzitter van de enquêtecommissie roept een persoon die zij als getuige of deskundige wil horen bij aangetekende brief op, hetzij in persoon, hetzij op de woonplaats, hetzij op het werkadres van de persoon.

2.. De oproep maakt melding van dag, uur en plaats van het verhoor, van de feiten waarover informatie wordt verlangd en van de gevolgen, verbonden aan het niet verschijnen op het verhoor.

3.. De oproep wordt ten minste veertien kalenderdagen voor de datum van het verhoor aan de getuigen en deskundigen toegezonden.

4.. Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van het verhoor te wijzigen.

5.. De beslissing van de voorzitter op het verzoek van getuigen of deskundigen het tijdstip van het verhoor te wijzigen wordt uiterlijk acht kalenderdagen voor het definitieve tijdstip van het verhoor aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.

6.. In afwijking van het derde lid kan de enquêtecommissie bepalen dat het verhoor eerder plaats vindt als:

  • - naar het oordeel van de enquêtecommissie in het belang van de raadsenquête een verhoor op een kortere termijn nodig is;

    of

  • - de betrokken getuige of deskundige met een kortere termijn instemt.

7.. Als een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep zal de enquêtecommissie aangifte doen op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep.