Bij het aanbieden van waterpijpen in een horecabedrijf gelden, ter bescherming van de gezondheid, brandveiligheid en het woon- en leefklimaat, de volgende verplichtingen:

  • - Het gebruik van waterpijpen en het verhitten van kooltjes in de horecazaak is uitsluitend toegestaan in de besloten ruimte zoals aangeven op de bij het veiligheidsplan toegevoegde plattegrond;
  • - De besloten ruimte als bedoeld in lid a is uitsluitend toegankelijk voor gasten waarvan aan de hand van een geldig identiteitsbewijs is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
  • - De besloten ruimte als bedoeld in onderdeel a heeft een mechanisch ventilatiesysteem dat in staat is om de CO-waarde onder de 30 ppm te houden, waarbij de afgezogen lucht bovendaks en op voldoende hoogte wordt verspreid om geurhinder te voorkomen;
  • - In de horecazaak zijn in iedere besloten ruimte voldoende CO-meters aanwezig;
  • - In de besloten ruimte als bedoeld in onderdeel a moeten de vloer en de vloerafwerking zodanig zijn uitgevoerd en onderhouden dat bij contact met vallende of gloeiende kooltjes geen brandgevaarlijke situatie ontstaat, waarbij de vloerafwerking ten minste voldoet aan brandklasse Bfl-s1 overeenkomstig NEN-EN 13501-1;
  • - Bij verhitting met kooltjes worden voldoende brandveiligheidsmaatregelen genomen met betrekking tot opslag en verwerking van deze kooltjes;
  • - Indien een waterpijp wordt gebruikt en/of indien kooltjes worden verhit wordt een logboek bijgehouden waarin minimaal elk half uur de gemeten CO-waarde wordt genoteerd van de besloten ruimte als bedoeld onder a;
  • - Zodra de CO-waarde meer is dan 1o ppm, wordt direct het gebruik van waterpijpen of het verhitten van kooltjes in de horecazaak beëindigd en worden ramen en deuren geopend;
  • - Als de CO-waarde meer is dan 30 ppm, moeten de bezoekers direct de horecazaak verlaten en moet de horecazaak gesloten worden voor bezoekers;