1.. Voor zover de beoogde locatie niet is gelegen in een gebied dat op grond van artikel 3:3, zesde lid, van de APV is aangewezen als gebied waarbinnen geen vergunning voor de vestiging van een seksinrichting wordt verleend, wordt bij de beoordeling van een aanvraag om een vergunning beoordeeld of de aanwezigheid van de seksinrichting en/of het seksbedrijf de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en gezondheid van prostituees of klanten nadelig beïnvloedt als bedoeld in artikel 3:6, vijfde lid, onder d, van de APV.

2.. Bij deze beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met de aanwezigheid en nabijheid van functies die vanwege hun aard of gebruik bijzondere bescherming behoeven. Hieronder worden in ieder geval verstaan:

  • - scholen en andere onderwijsvoorzieningen die in overwegende mate door minderjarigen worden bezocht;
  • - kinderdagverblijven en andere voorzieningen voor de opvang van minderjarigen;
  • - zorg- en opvangvoorzieningen waar personen verblijven of worden begeleid die vanwege hun leeftijd, gezondheid of maatschappelijke positie als kwetsbaar kunnen worden aangemerkt; en
  • - andere maatschappelijke voorzieningen waarvan de aard, het gebruik of de doelgroep relevant is voor de beoordeling van de gevolgen van de aanwezigheid van een seksinrichting voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving.

3.. De aanwezigheid van een in het tweede lid bedoelde functie in de nabijheid van een beoogde seksinrichting leidt niet zonder meer tot weigering van de vergunning. Er geldt geen vaste minimale afstand tussen een seksinrichting en een dergelijke functie. De aanvaardbaarheid van de locatie wordt beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

4.. Bij de in het derde lid bedoelde beoordeling worden in ieder geval betrokken:

  • - de aard, omvang en openingstijden van de seksinrichting;
  • - de aard en het gebruik van de nabijgelegen functie en de doelgroep waarop deze functie zich in het bijzonder richt;
  • - de feitelijke afstand tussen de seksinrichting en de nabijgelegen functie;
  • - de zichtrelatie en de ruimtelijke samenhang tussen beide functies;
  • - de aanwezigheid van fysieke of ruimtelijke barrières tussen beide functies;
  • - de ligging van entrees en toegangswegen;
  • - de mate waarin bezoekersstromen van de seksinrichting en de nabijgelegen functie elkaar naar verwachting kruisen;
  • - de tijdstippen waarop beide functies worden gebruikt;
  • - de aard en het karakter van de directe omgeving;
  • - de te verwachten gevolgen voor de openbare orde, de woon- en leefomgeving en, voor zover relevant, de veiligheid en gezondheid van prostituees of klanten; en
  • - overige omstandigheden die voor de beoordeling van de geschiktheid van de concrete locatie relevant zijn.

5.. Naarmate een seksinrichting dichter bij een in het tweede lid bedoelde functie is gelegen, wordt bij de beoordeling meer gewicht toegekend aan de feitelijke verhouding tussen beide functies en de mogelijke gevolgen daarvan voor de openbare orde en de woon- en leefomgeving. Daarbij is niet uitsluitend de afstand bepalend, maar wordt de feitelijke ruimtelijke en functionele verhouding tussen beide functies beoordeeld.

6.. Een vergunning kan vanwege de locatie van de seksinrichting worden geweigerd indien uit de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in dit artikel volgt dat de aanwezigheid van de seksinrichting en/of het seksbedrijf de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en gezondheid van prostituees of klanten nadelig beïnvloedt als bedoeld in artikel 3:6, vijfde lid, onder d, van de APV.

7.. Bij de beoordeling wordt tevens rekening gehouden met de aanwezigheid van een andere seksinrichting in de omgeving. Gelet op het in de APV opgenomen maximum van twee seksinrichtingen wordt beoordeeld of de vestiging van een tweede seksinrichting, mede gelet op de aard en inrichting van het gebied en de cumulatieve gevolgen van beide inrichtingen, leidt tot een nadelige beïnvloeding van de openbare orde of de woon- en leefomgeving. De enkele onderlinge afstand tussen de seksinrichtingen is daarbij niet doorslaggevend; de concrete omstandigheden van het geval worden eveneens betrokken.