1.. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

2.. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

3.. Onverminderd artikel 3, derde lid (reikwijdte), wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

  • - het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht verzet;
  • - het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
  • - het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7 tweede en derde lid (verzoek toepassing uitdaagrecht), gestelde eisen.

4.. Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht afwijzen als:

  • - het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
  • - als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

5.. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn verdagen.

6.. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek.