Onder materiële vaste activa worden investeringen verstaan waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In artikel 35 van het BBV wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten activa:

  • - investeringen met een economisch nut;
  • - investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • - investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

In artikel 59 lid 1 BBV is opgenomen dat alle investeringen moeten worden geactiveerd. Een uitzondering hierop vormen, conform artikel 59 lid 2 BBV, de kunstvoorwerpen met een cultuur-historische

waarde. Deze worden niet geactiveerd.

De investeringen kunnen ook onderverdeeld worden naar de volgende categorieën:

  • - nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten;
  • - vervangingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de vervanging van een oud (bestaand) actief als gevolg van economische veroudering of slijtage;
  • - levensduurverlengende investeringen: dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief.