In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • - weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
  • - voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:
  • - 1. treinen en trams;
  • - 2. tweewielige fietsen en tweewielige bromfietsen;
  • - 3. invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
  • - 4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen en rolstoelen;
  • - parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.