Op grond van de Gemeentewet, Wegenverkeerswet 1994 en de Verordening Wegsleepregeling 's-Hertogenbosch 2020 is het college bevoegd om voertuigen te (laten) wegslepen. Het wegslepen kan alleen als een voertuig in strijd met de (verkeers)wetgeving geparkeerd staat en daarbij de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer wordt aangetast, dan wel het voertuig in de hinderlijk staat. Het besluit om voertuigen weg te laten slepen is een vorm van (spoedeisende) bestuursdwang en kan alleen worden toegepast als daar een goede reden voor is: het voertuig is bijvoorbeeld tot stilstand gekomen op de weg of op een kruispunt of staat op een plek waar de markt of een evenement moet worden opgebouwd, of het voertuig staat (langdurig) geparkeerd op een laad- en losplaats, een gehandicaptenparkeerplaats of bij een oplaadpaal. Met andere woorden: het wegslepen van voertuigen is een middel dat alleen in uiterste nood mag worden ingezet. Is daar geen sprake van, dan kan volstaan worden met een boete.

In de praktijk zullen het veelal de boa's en de marktmeesters zijn die die overtredingen constateren en die met spoed actie moeten ondernemen. Daarom wordt de bevoegdheid tot het besluiten tot wegslepen gemandateerd aan deze functionarissen. Het besluit tot het wegslepen van voertuigen wordt mondeling genomen en zo spoedig mogelijk op schrift gesteld. Tegen het besluit tot het wegslepen van voertuigen staat bezwaar en beroep open. In het mandaatbesluit 2025 is opgenomen dat beslissingen op bezwaar kunnen worden genomen door de directeur Stadsbeheer, tenzij van het commissieadvies wordt afgeweken: dan beslist het college zelf op het bezwaar.

Marktmeesters worden alleen gemandateerd voor het wegslepen van voertuigen op marktdagen en wanneer het wegslepen van belang is voor een goed verloop van de warenmarkt.