1.. De eerste fase van het project is de verkenningsfase.

2.. De raad neemt op basis van de verkenning het besluit om tot uitwerking over te gaan, en stelt daartoe een budget vast.

3.. De raad dient voor deze besluitvorming inzicht te krijgen in:

  • - de publieke waarden, scope, ambities en doelen; de verwachte effecten, de samenhang met andere projecten, en de gevolgen voor de samenleving;
  • - de voorlopige fasering (deelprojecten) en planning in mijlpalen, inclusief onzekerheidsmarges in de planning;
  • - de besluitmomenten voor college en raad inclusief een expliciete aanwijzing van gespecificeerde onomkeerbare besluiten;
  • - de financiën en risico’s, bestaande uit in ieder geval, maar niet gelimiteerd tot:
    • - de geraamde begroting voor het hele project inclusief onzekerheidsmarges, alsmede een uitgewerkte begroting voor de volgende fase;
    • - de effecten op de gemeentelijke kosten en inkomsten en/of inkomstenderving;
    • - de financiële en uitvoeringsrisico’s, mede inhoudende een aanwijzing van de risico-verantwoordelijkheid en een indicatie van de kwantitatieve en kwalitatieve beheersmaatregelen, en
    • - een maatschappelijke kosten/baten analyse;
  • - de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden in geval van samenwerking met andere organisaties;
  • - de organisatie van de uitvoering van het project, mede inhoudende de organisatie van de verbinding tussen de ambtelijke organisatie en het college;
  • - de gevolgen voor de ambtelijke organisatie en capaciteit;
  • - het doorlopen van het communicatie- en participatieproces met belanghebbenden en het participatie- en communicatieplan voor de volgende fasen;
  • - de reflectie op lessen uit eerdere projecten;

4.. Het college biedt de raad deze informatie aan in een rapportage of in de voor het betreffende project gebruikelijke (plan)documenten.

5.. De raad besluit op grond van een onderbouwd voorstel gebaseerd op de criteria als genoemd in artikel 5, lid 3, het project als groot project aan te wijzen.

6.. De raad besluit tevens, op voorstel van het college, over:

  • - de frequentie, aard en vorm van de voortgangrapportages voor de volgende projectfasen;
  • - het beoogde moment waarop de effectevaluatie van het project wordt uitgevoerd.