Het aanpassen, vervangen of verwijderen van bomen in de hoofdboomstructuur

Dit is geen lichtvaardig besluit. Een projectleider (of initiatiefnemer) heeft met hoofdboomstructuur bescherming en beleid te maken als een plan of initiatief geheel of gedeeltelijk aan de hoofdboomstructuur raakt. Ook wanneer er twijfel bestaat over de grenzen van de hoofdboomstructuur of een doorkruising van hoofdboomstructuur, is de bescherming en het beleid van de hoofdboomstructuur aan de orde. Zelfs als het gaat om het verwijderen en opnieuw aanplanten van een boom in dezelfde structuur. Om hiertoe te komen wordt het volgende proces doorlopen:

  • - Plannen in de hoofdboomstructuur vragen om een afgewogen en bestuurlijk oordeel. Op basis van een nulmeting, een Boom Effecten Analyse (BEA) en advies van de beheerafdeling in een zo vroeg mogelijk stadium maakt een projectleider (of initiatiefnemer) inzichtelijk wat de inpasbaarheid van het plan of initiatief is en legt dit voor aan het college. Het college heeft de bevoegdheid om een besluit te nemen;
  • - Noodzakelijk is dat dit gebeurt in een fase voordat intentieverklaringen, uitgiftes of vergunningen worden verleend;
  • - Dan kan tijdig worden gekeken welke mogelijkheden er zijn om aanpassingen te maken in het ontwerp waardoor bomen kunnen blijven, zoals de extra bochten in het rondje Weerwater om meerdere knotwilgen te behouden. En welke mogelijkheden er zijn om bomen te verplanten;
  • - Op deze manier kunnen we de bescherming van de hoofdboomstructuur waarborgen en streven we naar transparante bestuurlijke besluitvorming waarin afwegingen inzichtelijk worden gemaakt in college- en raadsvoorstellen.

Er wordt nog uitgezocht hoe dit mandaat van het college zich verhoudt tot het nieuwe omgevingsplan, als regels over bescherming van bomen daarin worden opgenomen. En wat dit betekent voor de afdeling Vergunning, Toezicht & Handhaving (VTH) die vragen van derden beoordeelt of een vergunningaanvraag waarbij een boom verwijderd moet worden wel of niet wordt verleend.

Verwijdering van bomen bij acuut onveilige situaties of noodzakelijke werkzaamheden aan kabels en leidingen

In deze gevallen is er geen onderscheid in of de boom wel of geen onderdeel is van de hoofdboomstructuur. Het mandaat voor verwijdering ligt bij de adviseur bomen van de beheerafdeling. Uitzondering op dit mandaat is voor de piketdienst die buiten werktijden opereert. De adviseur bomen is dan niet aanwezig. Om ten alle tijden aan de wettelijke veiligheidsvereisten te voldoen ligt het mandaat hiervoor tijdens piketuren bij de piketmanager, piketcoördinator of piketmedewerker. Voor zover mogelijk wordt verwijdering onderbouwd met een inspectierapport. De portefeuillehouder wordt altijd over verwijdering geïnformeerd, wat in veel gevallen pas achteraf kan door het acuut vereiste handelen. Tot slot ligt buiten het mandaat van de gemeente ook bij de brandweer en politie bevoegdheid om bij calamiteiten bomen weg te halen, zonder tussenkomst van de gemeente.