• - De leden van een commissie worden benoemd voor de zittingsperiode van de raad.
  • - Een lid van een commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad.
  • - Aftredende leden, die blijven voldoen aan de vereisten van het lidmaatschap, oefenen hun functies uit totdat hun opvolgers zijn benoemd.
  • - Zodra blijkt dat een lid van een commissie de hoedanigheid op grond waarvan hij is benoemd niet meer bezit, dat hij een met het lid maatschap onverenigbare betrekking vervult, dan wel dat hij handelt in strijd met een van de verboden handelingen, houdt hij op lid van de commissie te zijn.
  • - De vervulling van een tussentijds ontstane vacature geschiedt binnen 10 weken, nadat zij is ontstaan.