1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
a de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 10;
b voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10 tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VII
Artikel 26
Schadevergoeding
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010