• 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming daarvan als: o a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;o b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. • 2. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen.• 3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. • 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: o a. Evenementen, als bedoeld in artikel 2.26; o b. Standplaatsen, als bedoeld in artikel 5.17. • 5. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of het Provinciaal wegenreglement.