• 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, moet daarvan voor de openbare aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze gehouden zal worden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming van hetgeen in lid 3 hierover is bepaald.• 2. Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Grondwet. • 3. De kennisgeving bevat: o a. naam en adres van degene die de betoging houdt;o b. het doel van de betoging;o c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;o d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;o e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;o f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.• 4. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.• 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn van 48 uur verkorten en een mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.