1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de (achterblijvende) echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, dan wel zijn (achterblijvende) kind.*15 2. Indien bij overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerker van de vergunninghouder, met in achtneming van het bepaalde in het 3de en 4de lid van dit artikel, de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend:a. binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld;b. indien dit door de vergunninghouder wordt gewenst en hij voldoet aan het bepaalde in het 4de lid van dit artikel.4. In het geval van gehele of gedeeltelijke pensionering van de vergunninghouder kan het college met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel de vergunning voor een vaste plaats overschrijven op een kind of een werknemer, met dien verstande dat de vergunninghouder in ieder geval de vijvenvijftigjarige leeftijd moet hebben bereikt. 5. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

*15 De standplaatsvergunning kan op verzoek van de echtgeno(o)t(e), de geregistreerd partner of het kind van de overleden of arbeidsongeschikte vergunninghouder dan wel op verzoek van de vergunninghouder indien hij dit wenst, worden overgeschreven op de echtgeno(o)t(e), de geregistreerd partner of het kind. Zij hebben recht op dezelfde standplaats als de oorspronkelijke vergunninghouder. Indien een ander persoon op grond van artikel 12 in aanmerking komt voor overschrijving van de standplaatsvergunning, dan heeft deze persoon recht op een standplaats, welke niet noodzakelijkerwijze dezelfde standplaats behoeft te zijn als die van de oorspronkelijke vergunninghouder.