1. Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van subsidie voorwaarden verbinden.
2. De subsidie wordt in ieder geval verleend onder de voorwaarden dat:
a. binnen 12 maanden na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening met het treffen van de onderhoudswerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt;
b. de onderhoudswerkzaamheden gereed worden gemeld binnen 24 maanden na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, maar uiterlijk 6 weken na de feitelijke beëindiging van de werkzaamheden;
c. aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:
- toegang wordt verleend tot het onroerend goed;
- inzage wordt verleend van de op de onderhoudswerkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
- de op de onderhoudswerkzaamheden betrekking hebbende gegevens worden verstrekt;
- gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op de onderhoudswerkzaamheden betrekking hebbende gegevens;
3. Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij hiertoe een schriftelijk verzoek ontvangen, afwijkingen van de in het tweede lid onder a en b, genoemde termijn toestaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 16
Voorwaarden subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieverordening gemeente monumenten