1. Vaststelling van een op grond van deze verordening verleende subsidie vindt plaats, nadat de in de aanvraag opgenomen onderhoudswerkzaamheden schriftelijk zijn gereed gemeld.
2. Bij de gereedmelding dienen de volgende bescheiden te worden overlegd:
a. een gespecificeerde financiële verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten, vergezeld van (afschriften van) rekeningen en betalingsbewijzen;
b. indien de betalingsbewijzen mede betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de aanvrager: een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt hoeveel arbeidstijd door dat personeel aan die onderhoudswerkzaamheden is besteed;
3. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de in lid 2 bedoelde bescheiden andere bescheiden moeten worden overlegd.
4. Burgemeester en wethouders stellen het subsidiebedrag vast met inachtneming van het gestelde in artikel 4:46 van de Awb.
5. Uitbetaling van het vastgestelde subsidiebedrag verloopt conform het gestelde in artikel 4:52 van de Awb.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 17
Subsidievaststelling
Onderdeel van Subsidieverordening gemeente monumenten