1
De aanvrager wordt door de gemeente op een neutrale wijze geïnformeerd over de onderscheidende elementen van het persoonsgebonden budget en zorg in natura. Vervolgens vindt verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget of zorg in natura plaats op verzoek van de aanvrager.
2
Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien
a op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, het ernstige vermoeden bestaat, dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
b er sprake is van een medische en/of sociale contra-indicatie, problematische schulden of gebleken misbruik of oneigenlijk gebruik.
c van tevoren te voorzien is dat een voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden als gevolg van bijvoorbeeld een progressief ziektebeeld. In dat geval vindt bij verstrekking de voorziening altijd in natura plaats;
3
Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor het collectief vervoerssysteem (regiotaxi).
4
Voor de verantwoording van het persoonsgebonden budget hulpmiddelen en het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden gelden afzonderlijke verantwoordingsregels.
Nadere verantwoordingsregels hulp bij het huishouden zijn opgenomen in artikel 6 lid 6.
Nadere verantwoordingsregels persoonsgebonden budget hulpmiddelen op het gebied van woon, vervoer–, rolstoel- en sportvoorzieningen zijn opgenomen in de artikelen 9, 18, 26 en 27.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
REGELS ROND VERSTREKKING PERSOONSGEBONDEN BUDGET
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Neder-Betuwe juli 2010