Naar hoofdinhoud

Titeldeel 3

Artikel 12

Instemmingsbevoegdheid personeelsgeleding

Onderdeel van Reglement Gemeenschappelijke Meddezeggenschap Openbaar Onderwijs

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot de volgende aangelegenheden: a regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 11 in de onderdelen a, d, e, f, g en o, alsmede met betrekking tot een aangelegenheid als hierna bedoeld in artikel 13, onderdelen d en e; b vaststelling of wijziging van de inzet, de samenstelling daaronder begrepen, van de formatie in het volgende schooljaar; c vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel; d vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden; e vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel; f vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling voor het personeel; g vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel; h vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen; i vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie; j vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verzilveren, sparen, poolen en overhevelen van formatierekeneenheden; k regeling van de aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel van de scholen, indien en voor zover dit op grond van artikel 5 van de CAO primair onderwijs aan de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is overgelaten; l regeling van de rechtspositie van het personeel alsmede overige aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel, indien en voor zover dit op grond van artikel J1.2 van de CAO voortgezet onderwijs 1996 aan de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is opgedragen; m vaststelling of wijziging van de klachtenregeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel