Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en/of
de leerlingen is gekozen, voor de door hem voorgenomen besluiten met
betrekking tot:
a regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit
met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 11
onderdelen a, d, e, f, g en o;
b de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of
wijziging van de bestemming van de middelen die van de’ ouders of de
leerlingen wordt gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting
bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst
die door de ouders is aangegaan;
c vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot
voorzieningen ten behoeve van leerlingen;
d vaststelling van het leerlingenstatuut bedoeld in artikel 24g van de
Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een mogelijk ouders- of
leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 24g van de Wet op het
voortgezet onderwijs.
e de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders
dan onder b bedoeld en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien
het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de
leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en
tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder
verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het
overblijven, worden geconfronteerd;
medezeggenschapsraad die het aangaat, worden verlengd.
5 Met inachtneming van de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen
stelt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel de geleding van
de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die het aangaat, het bevoegd
gezag zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de hem gevraagde en
ongevraagde adviezen over het al dan niet verlenen van instemming met de
voorgenomen besluiten met betrekking tot de aangelegenheden als bedoeld
in artikel 11 respectievelijk de artikelen 10, 12 en 13 van dit
reglement.
6 Indien de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel dat deel van
de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad gekozen door de geleding die
het aangaat, niet binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn
advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet
verlenen van instemming, wordt de gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad geacht het eens te zijn met, respectievelijk in te
stemmen met het aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
voorgelegde voorgenomen besluit.
Titeldeel 3
Artikel 13
Instemmingsbevoegdheid ouders-/leerlingengeleding
Onderdeel van Reglement Gemeenschappelijke Meddezeggenschap Openbaar Onderwijs