1. Het is verboden te roken of vuur te hebben:
a. in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of meer van
de stoffen genoemd in de regeling Bouwbesluit brandveiligheid
(Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot
wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188), onder a tot met h;
b. bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van
brandbare vloeistoffen en (of) gassen kunnen veroorzaken;
c. bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare
vloeistof of een brandbaar gas.
2. Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester
en wethouders ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.5
Verbod open vuur en roken
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening