1. Voor zowel de reguliere als niet-reguliere geld- en kapitaalmarkttransacties geldt dat na elke transactie gerapporteerd wordt.
2. De volgende onderdelen dienen tenminste onderwerp van de rapportage te zijn:
- geldnemer, hoofdsom, looptijd, rentepercentage, (evt.) koers, rente-opbrengst;
- de aanleiding tot de transactie en motivering van de instrumentkeuze;
- een overzicht van de geboden alternatieven.
3. Is er sprake is van niet-reguliere transacties dienen -naast bovengenoemde onderwerpen- ook college- of raadsbesluiten, waarin toestemming tot het aangaan van de transacties wordt gegeven, onderdeel van de rapportage uit te maken.