1. Het renterisico op de vlottende schuld wordt beperkt door de netto vlottende schuld te beperken tot maximaal de kasgeldlimiet.
2. Het renterisico op de vaste schuld overschrijdt de renterisiconorm niet.
3. Gestreefd wordt naar het tegen zo laag mogelijke kosten voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen.
4. In de toekomstige financieringsbehoefte kan worden voorzien door het intern beleggen van eigen vermogen.
5. Gestreefd wordt naar spreiding in de rentetypische looptijden van de leningen.