De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend
orgaan, zo mogelijk, ten minste drie weken voor de zitting
schriftelijk mee, dat zij de gelegenheid hebben om te worden
gehoord tijdens de zitting.
Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde
mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend
orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
tijdstip van de zitting te wijzigen.
De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld
in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder
geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de
belanghebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van
behandeling van een beroepschrift, aan het beroepsorgaan
meegedeeld.
De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als
genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 10
Uitnodiging zitting
Onderdeel van Verordening Behandeling Bezwaarschriften 2003