De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip
van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend
orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen
7:3 en 7:17 van de wet.
Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid
genoemde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij
daarvan mededeling aan:
de belanghebbenden;
het verwerend orgaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 9
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening Behandeling Bezwaarschriften 2003