1. Mede ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen wijst het college bedrijven aan voor het in ontvangst nemen van scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen, rechtstreeks afkomstig van zeeschepen die het in artikel 1.2 bedoelde toepassingsgebied aandoen, om te laden, te lossen of te bunkeren, dan wel voor reparatiedoeleinden.
2. De aanwijzing geschiedt met inachtneming van evenredigheid tussen het verwachte aanbod van de stoffen, bedoeld in het eerste lid, enerzijds en de ontvangstmogelijkheden binnen de gemeente anderzijds.
3. Onverminderd artikel 1.3, kan het college een aanwijzing weigeren, wijzigen, schorsen of intrekken indien gedurende een jaar:
a. niet of nauwelijks schadelijke stoffen van zeeschepen in ontvangst zijn genomen, of
b. van de inontvangstneming geen of onvoldoende melding is gedaan.
4. Het is een bedrijf, dat niet over een aanwijzing beschikt als bedoeld in het eerste lid, verboden om scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen van zeeschepen in ontvangst te nemen.
Paragraaf 7
Artikel 7.2
Aanwijzing van bedrijven met ontvangstvoorzieningen
Onderdeel van Havenverordening Vlaardingen 2004