Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het
bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving
of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.
Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een
bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt
zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is
tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en
ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze
moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als
materialen en kleuren teveel losstaan van het ontwerp en daarin geen
ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond
decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het
afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld
het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen
ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het
gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard
en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.